De vernietiging van een grensoverschrijdende borgtocht
Onlangs heeft zowel de Rechtbank Zutphen als de Rechtbank Arnhem een uitspraak gedaan met als thema: “de grensoverschrijdende borgtocht”. In beide gevallen gaat het om een Nederlandse borg die zichzelf verbindt ten opzichte van een Duitse bank als schuldeiser, voor de schulden van een Duitse GmbH (de Duitse versie van de Nederlandse B.V.). In beide zaken wenst de echtgenoot van de borg de borgtocht te vernietigen omdat zij haar toestemming niet had gegeven voor het aangaan van de borgtocht door haar man (conform artikel 1:88 van het Burgerlijk Wetboek, hierna ‘BW’). In het hiernavolgende zal aan de hand van de feiten van deze uitspraken besproken worden in hoeverre de Nederlandse echtgenoot de grensoverschrijdende borgtocht kan vernietigen.
Rechtbank Zutphen
De feiten die ten grondslag liggen aan de zaak bij de Rechtbank Zutphen zijn als volgt. De Nederlandse heer Haisma stelt zich ten opzichte van de Grafschafter Volksbank EG (gevestigd in Nordhorn, Duitsland) borg voor de schulden van een Duitse GmbH voor een bedrag van € 100.000,-. De GmbH gaat failliet en de bank klopt bij Haisma aan voor betaling. Haisma betaalt niet. Zijn echtgenote vernietigt de borgtochtovereenkomst, omdat zij Haisma geen toestemming gegeven had voor het sluiten van de borgtochtovereenkomst.
De bank start een procedure en vordert betaling van € 100.000,-. De bank beroept zich op lid 5 van artikel 1:88 BW. Op grond van dat artikellid is de toestemming voor de borgtocht van de echtgenote niet vereist, als de borgtocht is verstrekt door de bestuurder van een besloten vennootschap. Omdat Haisma bestuurder is van de GmbH waarvoor hij zich borg had gesteld, is volgens de bank toestemming dus niet vereist.
Haisma verweert zich en stelt dat er geen sprake is van een Nederlandse vennootschap, maar een Duitse GmbH en dat daarom lid 5 van artikel 1:88 BW niet van toepassing is.
De Rechtbank Zutphen overweegt dat niet uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever de bestuurder van een GmbH - die op één lijn gesteld zou moeten worden met de bestuurder van een Nederlandse B.V. - uit heeft willen sluiten van de werking van lid 5 van artikel 1:88 BW. Kortom, de toestemming van de echtgenote voor het aangaan van de borgtochtovereenkomst is niet vereist omdat Haisma bestuurder is van een GmbH. De echtgenote kan daarom niet de borgtocht vernietigen vanwege het ontbreken van haar toestemming. De bank kan aanspraak maken op betaling van € 100.000,-.
Rechtbank Arnhem
De uitspraak van de Rechtbank Arnhem is feitelijk iets anders. Hier speelt ook het geval van een Nederlandse borg, die zich borg stelt voor de schulden van een Duitse GmbH jegens een Duitse bank. In deze borgtochtovereenkomst is Duits recht van toepassing verklaard. De Rechtbank Arnhem overweegt dat de artikelen die zien op het toestemmingsvereiste van de echtgenote (artikel 1:88 BW en verder) een beschermend en dwingend karakter hebben en dus als voorrangsregels hebben te gelden ten opzichte van het Duitse recht. Hoewel dus Duits recht van toepassing is, is de toestemming van de Nederlandse echtgenote in beginsel vereist.
Nadat de echtgenote de borgtocht vernietigt, start de bank een procedure en stelt zij dat zij niet op de hoogte is van het toestemmingsvereiste nu het Duitse recht een zodanige bepaling niet kent. Met andere woorden; de bank is te goeder trouw.
De Rechtbank Arnhem stelt daarop vast dat nu de activiteiten van de bank zich uitsluitend uitstrekken tot Berlijn en het voormalig Oost-Duitsland, de bank daarom niet hoefde te begrijpen dat de borg zich niet rechtsgeldig kon verbinden omdat de echtgenote haar toestemming daarvoor eerst moest geven. Ook hier vist de echtgenote achter het net en kan de bank met succes de borg aanspreken.
Deze uitspraak van de Rechtbank Arnhem is in lijn met een eerdere uitspraak van de Hoge Raad over de goede trouw van een Duitse bank.
Conclusie
De echtgenote kan de borgtochtovereenkomst, van de Nederlandse borg jegens een Duitse bank, niet vernietigen indien de Nederlandse borg tevens bestuurder is van deze GmbH of in het geval de Duitse bank te goeder trouw is.